Trainen voor een snellere 10 Kilometer-tijd.

.

Inleiding

Vele lopers vinden na een tijdje dat ze geen vooruitgang meer maken. Hoe moet men nu gaan trainen om sneller en beter te lopen over 10 kilometer ?
Dit schema duurt ongeveer 6 tot 7 maanden.
  1. Voorbereiding : 3 tot 4 maanden lang wordt een basis gelegd met uitsluitend duurlopen.
  2. Specifieke voorbereiding : gedurende 6 weken wordt er op kwaliteit getraind door intervaltraining over 1000 meter uit te voeren.
  3. Wedstrijdfase : 6 weken lang wordt er kortere intervaltraining over 400 meter aan toegevoegd die de loper naar een top moeten brengen.
  4. Voor marathonlopers die zich voorbereiden op een marathon wordt er nog 12 weken marathontraining aan toegevoegd (Dit wordt hier echter niet behandeld). In totaal wordt dit dan 8 tot 10 maanden.


VOORBEREIDING

Gedurende 3 tot 4 maanden wordt er een brede basis gelegd met duurlopen aan een verschillend tempo : langzame, rustige of snelle duurloop. Aan u de keuze hoeveel maal te trainen en hoeveel kilometers. Een hartslagmeter is heel nuttig om de juiste looptempo's vast te stellen.

Langzame duurloop :
- Gebruikt als hersteltraining
- duur : 1.30 hr tot 2 hr
- afstand : 12 tot 30 km
- 50 tot 60 procent van de maximale polsslag
(De maximale polsslag = 220 - uw leeftijd)

Rustige duurloop
- duur : 1 hr
- afstand : 12 tot 20 km
- 60 tot 70 procent van de maximale polsslag

Snelle duurloop
- 1 x per week
- duur : 30 tot 45 minuten
- afstand : 10 tot 15 km
- 70 tpt 85 procent van de maximale polsslag

Hoe snel moet u lopen ? Afhankelijk van de tijd die u wenst te lopen op 10 kilometer kan u in volgende tabel zien hoe snel u moet lopen per kilometer. Best is om eventueel de kilometers op de baan af te bakenen (afrijden met fiets, auto..) zodat u aan de juiste snelheid traint. Ofwel moet er op een piste getraind worden.

----------------------------------------------------------------------
10 km in        Snelle duurloop    Rustige duurloop  Langzame duurloop
----------------------------------------------------------------------
    35'           4' per km         4'16" per km      4'35" per km
    36'           4'05"             4'21"             4'40"
    37'           4'09"             4'26"             4'45"
    38'           4'14"             4'31"             4'50"
----------------------------------------------------------------------


SPECIFIEKE VOORBEREIDING

Gedurende 6 weken gaat de loper intervaltraining over 1000 meter toevoegen aan zijn training. Deze intervals worden 1 tot 2 maal per week uitgevoerd. Het tempo is 91 procent van de maximale snelheid. Het aantal herhalingen is 8 voor de 10 km in 35' en 10 maal voor de 10 km in 28' tot 30'.
De pauze tussen de intervals bestaat uit 600 tot 1000 meter dribbelen. Zelf verkies ik 2 tot 3 minuten dribbelen of marcheren.

----------------------------------------------------------------------
10 km in   interval 1 km     Wedstrijdsnelheid    Maximale snelheid
------------------------------------------------------------------- ---
   40'          3'55"              4'                  3'32"
   39'          3'49"              3'54"               3'29"
   38'          3'43"              3'48"               3'25"  
   37'          3'37"              3'42"               3'21"
   36'          3'31"              3'36"               3'17"
   35'          3'25"              3'30"               3'13"
   34'          3'19"              3'24"               3'09"
----------------------------------------------------------------------

De wedstrijdsnelheid over 10 km bedraagt 89 procent van de maximale snelheid.
Voorbeeld van een trainingsweek met 7 trainingen :


WEDSTRIJDFASE

Gedurende 6 weken wordt er ook op 400 meter getraind op de snelheid aan te scherpen. Dit doe je best op een piste, of merk zelf 400 meter op een rechte baan.
Er wordt getraind in 3 delen van elk 2 weken. Telkens verkort de rusttijd en verkort de intervaltijd samen met het aantal herhalingen.

----------------------------------------------------------------------
10 km in     Week 1 + 2        Week 3 + 4          Week 5 + 6
----------------------------------------------------------------------
   35'          1'18"-1'20"        1'16"-1'18"         1'12"-1'14"
   36'          1'20"-1'22"        1'18"-1'20"         1'14"-1'16"
   37'          1'23"-1'25"        1'21"-1'23"         1'17"-1'19"  
   38'          1'25"-1'27"        1'23"-1'25"         1'19"-1'21"               
----------------------------------------------------------------------
arbeid:rust(duur)  1:2                1:1,5                 1:1
----------------------------------------------------------------------
Aantal herh.  20 tot 24 x          16 tot 20 x         10 tot 12 x
----------------------------------------------------------------------

Voorbeeld van de verhouding arbeid:rust. Als de intervaltijd 1'23"-1'25" is, en de verhouding is 1:2, dan moet men 2'46" tot 2'50" rusten tusssen de intervals.
De laatste 3 weken voor de 10 km wedstrijd doet men aan tapering-off : het aantal kilometers wordt verminderd.
1ste week : - 20 procent
2de week : - 35 tot 40 procent
3de week : - 50 procent
Geen intensieve trainingen de laatste 4 dagen.

Voorbeeld van een trainingsweek met 7 trainingen :
- 2 x langzame duurloop
- 2 x rustige duurloop
- 1 x snelle duurloop
- 2 x herhalingsloop

WEDSTRIJD :

--------------------------------------------------
10 km in        Tijd per KM       SNELHEID (km/hr)
--------------------------------------------------
    37'30"       3'45"              16
    36'          3'36"              16,6
    35'          3'30"              17,1 
    34'          3'24"              17,6
    33'          3'18"              18,2
    32'          3'12"              18,8
-------------------------------------------