Spelen met snelheid

bron : Runners World

(Acht gemakkelijke manieren om op snelheid te trainen).

Snelheid heeft voor de gemiddelde loper een magische klank. Zonder snelheidstraining is de loper gedoemd te blijven steken bij hetzelfde rondje van 10 kilometer, dezelfde tussentijden en geen verdere prestatieverbetering. Met snelheid gaat er een nieuwe wereld open. Maar trainen op snelheid roept ook het beeld op van eindeloze tempolopen op de atletiekbaan, ronde na ronde op een hard en saai parkoers van slechts 400 meter. Hoe kan het anders ?

Wie de inleidende tekst herkent staat niet alleen. Veel atleten kijken huizenhoog op tegen het trainen op een heuse atletiekbaan.
De piste wordt geassocieerd met 'moeten presteren'. De sintel- of kunststofbaan met haar veelsoortige bezoekers (van discuswerpers tot hordenlopers) vereist van de atleet tevens een hoge concentratie voor de omgeving en stopwatch. En dat werkt verstorend tijdens een training.
Gelukkig kan snelheid ook nog op een andere manier worden getraind. Er zijn voldoende trainingen te bedenken, die gericht zijn op het verbeteren van tijden op de 5 en de 10 km en zelfs de marathon. En dat zijn trainingen waarbij u geen enkele stap op de baan zet.
Zoek daarom eerst een parkoers uit in een liefst rustige omgeving, waarbij de benen het niet te zwaar te verduren krijgen. Denk hierbij aan bossen, landweggetjes, recreatiegebieden of fietspaden, alle eventueel licht glooiend. Op deze manier wordt u niet gehinderd door de monotonie van de baan en de dwingende tussentijden na elke 400 meter. In plaats daarvan loopt u vooral zoals u zich op dat moment voelt. Heeft u eenmaal een mooie plek ontdekt, dan kunt u de navolgende trainingen proberen. Kies ze uit aan de hand van hoe u zich die dag voelt, en combineer de trainingen. Doe ze één keer per week tussen 2 rustige trainingen in. Heeft u er veel plezier in, dan kan per week een tweede snelheidstraining (meer niet) worden gedaan.

  1. Versnellingen

Zoek op uw looproute gemakkelijke markeringspunten, zoals lantaarnpalen, bomen, zijwegen en kruispunten, telefooncellen, bruggetjes, sloten of kanalen. Loop in uw normale tempo en verhoog dit vanaf het ene tot het andere markeringspunt. Loop daarna weer in uw normale tempo tot de volgende versnelling. Laat de stopwatch hierbij werkeloos aan uw pols zitten. Indien er geen duidelijke markeringen te vinden zijn, kunt u altijd nog met een horloge werken. Vooral horloges met een countdown-timer en een geluidssignaal zijn hiervoor uiterst geschikt. Programmeer bijvoorbeeld na elke 5 minuten lopen 2 minuten in een hoger tempo.
Het idee achter deze training is het lopen in een hoger tempo, om daarna weer in staat te zijn naar het basistempo terug te keren. Vergelijk het met soepel schakelen in een auto. Wanneer u merkt dat u moeite heeft met het vasthouden van het normale tempo, heeft u de versnelling in een te hoog tempo gelopen.
Voorbeeld : start de training in het basistempo. Gebruikmakend van de markeringspunten of het horloge wordt het tempo verhoogd, waarna u in het normale tempo verdergaat. Herhaal deze versnellingen drie tot tien keer, afhankelijk van de afstanden tussen de markeringspunten.

  1. Sprintjes

Na een rustige looptraining doen veel atleten sprintjes. Zij trekken geen echte sprints in het maximaal mogelijke tempo, maar lopen vooral in een hoger, pittiger tempo dan zij deden tijdens de training zelf. De benen worden er zo even aan herinnerd hoe het voelt om hard te lopen -met een hoog pasritme- zonder dat ze vermoeid raken. Bij langzame duurlopen zijn de beenspieren in feite aan het voortsukkelen en door deze oefening komen ze weer tot leven.
Voorbeeld : Doe na een rustige trainingsloop rekoefeningen. Zoek een vlak grasveldje of pad uit en loop 5 tot 10 keer een sprint van zo'n 100 tot 150 meter. Het tempo ligt hierbij beduidend hoger dan bij de hiervoor beschreven versnellingen. Sprint niet zo hard u kunt, maar leg de nadruk op de beweging van de benen (techniek). Neem een minuutje rust na elke sprint. Beëindig de training met rekoefeningen.

  1. Snelle duurloop

Klinkt een duurloop van 20 minuten in het bos of park in een snel maar beheerst tempo u als muziek in de oren ? Dan is deze training iets voor u. Let wel : de training moet ten minste 20 minuten duren om de conditie van het hart-longsysteem te verbeteren ‚n het juiste tempo moet worden gevonden, de balans tussen een stevig tempo en een relaxed gevoel. Het is een tempo dat 10 tot 20 kilometer kan worden volgehouden.
Voorbeeld : Loop gedurende 20 minuten in een verhoogd tempo, gevolgd door 10 minuten joggen als cooling-down. Sluit af met rekoefeningen. U kunt deze training herhalen, maar loop in totaal niet meer dan 40 minuten in dit tempo. De bedoeling is dat u zich na deze training nog redelijk fris voelt in plaats van uitgeput.

  1. Heuvelop

Heuvellopen hoeft geen pijn te doen. Zoek daarvoor een parkoers dat niet te lang is (100 tot 400 meter), met een vrij licht stijgingspercentage. Concentreer u tijdens de training op de looptechniek en niet op de maximale snelheid.
Heuvelop lopen heeft als effect dat de pas efficiënter wordt, doordat de loper gedwongen is de normale loopbeweging te overdrijven. Dit verbetert uw techniek. Bovendien wordt de kracht van de beenspieren extra ontwikkeld. Beide effecten leveren een belangrijke bijdrage aan uw snelheid.
Voorbeeld : Loop 5 tot 10 keer bergop en wandel heuvelaf als herstelpauze. Let goed op de knie-inzet, de armbeweging en de ademhaling. Wanneer u na enkele loopjes te vermoeid raakt, moet u een minder steile heuvel zoeken.

  1. Heuvelaf

Een van de beste manieren om te werken aan de pasfrequentie ‚n paslengte -de twee belangrijkste componenten van snelheid- is heuvelaf lopen. Hierin schuilt echter het gevaar van een te grote belasting van de benen (blessures). Zoek daarom een parkoers met een redelijk zachte ondergrond, zoals gras of een acht bospad, dat nauwelijks merkbaar afloopt. Een paardenpad is hiervoor te zacht en levert weer blessuregevaar op. Train niet meer dan eens per twee weken heuvelaf.
Voorbeeld : Loop 100 tot 400 meter heuvelaf en herhaal dit 5 tot 10 keer. Concentreer u op de pasfrequentie en paslengte. Loop wederom niet op maximale snelheid. Vooral nu komt het aan op een perfecte techniek om de (automatische) hogere snelheid te kunnen beheersen.
Wandel heuvelop om te herstellen.

  1. Heuvelcombinaties

Een uitstekende snelheidstraining is de combinatie van heuvelop en heuvelaf lopen. Zoek een heuvelachtige plek met een zachte ondergrond. Concentreer u heuvelop en heuvelaf op de snelheid. Voorbeeld : Loop 5 tot 10 keer heuvelop en -af. Heuvelop is arbeidsintensief, heuvelaf loopt u met een hogere pasfrequentie.

  1. Fartlek

Fartlek is een Zweedse term en betekent vaartspel. Alle bovengenoemde trainingen en trainingstechnieken zijn een onderdeel van de fartlek. Bij de ware fartlek wordt bijna op speelse wijze steeds van snelheid gewisseld. Helaas geven veel atleten er de voorkeur aan hun fartlek te struktureren met horloges en markeringspunten.
Kies voor de fartlek bijvoorbeeld een heuvelachtig crossterrein. Tijdens een loop van pakweg 15 km versnelt u enkele malen 2 tot 8 minuten, elke keer met een minuut herstel. 2 tot 3 keer per maand kan de fartlek op het programma staan.
Voorbeeld : Start de training (toch) met een plan in gedachten : versnellingen van 1 tot 5 minuten, met steeds 2 minuten herstel. Een ander plan laat u steeds van snelheid veranderen bij een bepaalde ondergrond (heuvel, zandgrond, grasveld, bospad, paardenpad). In elke situatie heeft u de keuze te versnellen of juist weer naar het basistempo terug te keren.
Het belangrijkste is het variëren van de snelheid. Combineer in het vaartspel versnellingen met heuvellopen en een (korte) snelle duurloop. Wel moet u zich redelijk fris blijven voelen in plaats van uitgeput.
De fartlek is tenslotte een spel.

  1. Wedstrijden

Wedstrijden of trimlopen kunnen heel goed uw snelheid bevorderen als u ze puur ziet als training. Ervaren atleten die zich voorbereiden op een marathon, kunnen wedstrijden lopen van 10 of 20 km of een halve marathon. De wedstrijden gaan dan in een iets sneller tempo dan het marathontempo.
Wedstrijden in de voorbereiding van een marathon zijn er om naar uit te kijken. Ze zijn -vooral mentaal- bijlange niet zo zwaar als de rondjes op de piste. U heeft de stimulans (concurrentie) van mensen om u heen, u hoeft onderweg niet zelf voor drinken te zorgen en anderen nemen de tijd voor u op. Wat wil een atleet nog meer ?
Voorbeeld : Loop een wedstrijd van 5 of 10 km in een iets langzamer tempo dan in een normale, pittige wedstrijd over die afstanden. De snelheid is vrij hoog,maar beheerst. Vergeet niet dat het een training is.

Voor alle trainingen geldt : doe een warming-up en cooling-down van 10 tot 15 minuten, met daarna steeds enkele rekoefeningen.