Een trainingsplan is een uitstekend middel om een zo goed mogelijke prestatie te kunnen leveren op het juiste
tijdstip.
Een trainingsplan heeft zin voor iedere loper die doelgericht prestatieverbetering of stabilisatie van
een bepaald niveau nastreeft en de motivatie en de discipline heeft om regelmatig te kunnen en te willen trainen.
Er zal voldoende tijd ter beschikking moeten zijn om te trainen, zonder dat gezin, werk en andere sociale
verplichtingen in de knel komen. Er moet geïnvesteerd worden in een goede uitrusting en er dienen de
benodigde faciliteiten aanwezig te zijn (bos, park, atletiekbaan e.d.) Tevens moet de loper minimaal drie
tot vier keer in de week trainen, lichamelijk redelijk belastbaar zijn en over een goede gezondheid beschikken.
In samenspraak met een ervaren trainer zal het opstellen van een goed, individueel afgestemd,
trainingsplan beter verlopen.
Een korte definitie van het begrip trainingsplan is 'een middel waarmee men tracht het trainingsproces zodanig te organiseren en te structuren waardoor men op een van te voren vastgesteld moment 'in vorm' is. D.w.z. in staat is een optimale prestatie te kunnen leveren binnen zijn eigen individuele, fysiologische mogelijkheden op een door sporter en trainer bewust gekozen moment'.
Voorwaarden
Een trainingsplan dient te voldoen aan verschillende voorwaarden :
afbeelding 1. de diverse perioden en de daarmee corresponderende maanden bij een zomersport (Matwejew 1972; '95)

Supercompensatie
De gedachte van een trainingsplan is dat trainingen met elkaar in verband worden gebracht en
op elkaar afgestemd met het oog op de herstelreacties van de afzonderlijke trainingsmethoden, die ieder hun
eigen duur hebben, om zodoende het gewenste effect van een hoger prestatieniveau te verkrijgen.
Een goede verhouding tussen belasting en herstel is daarbij de hoofdvoorwaarde om meer effect van de trainingen
te hebben en ook om blessures en overtraindheid te voorkomen.
Veellopers hebben de gewoonte alleen maar aandacht te hebben voor de belasting - vooral de omvang - in de afzonderlijke trainingen en gaan er aan voorbij dat er ook gerust moet worden om voldoende effect van de vorige trainingen te hebben. Ten aanzien van de verhouding tussen belasting en herstel wordt er gesproken van supercompensatie. De wet van de supercompensatie is de grondwet van de trainingsleer. De kern waar omheen alles draait.
Trainen is niets anders dan een bestaand fysieken psychisch evenwicht in het lichaam bewust verstoren door
het toedienen van trainingsprikkels. Het lichaam schrikt en raakt vermoeid (het is immers die prikkel niet
gewend) en gaat als reactie daarop herstellen. Het gaat zich als het ware aanpassen gedurende een bepaalde
tijd op een hoger evenwicht dan dat van voor de voorafgaande training. Dit om de volgende keer minder
vermoeid te raken bij eenzelfde trainingsprikkel, het prestatieniveau is verhoogd.
Wordt er teveel getraind - d.w.z, dat er niet voldoende tijd genomen wordt voor herstelprocessen - dan zal
het resultaat op den duur blessures en overtraindheid zijn in plaats van prestatieverbetering.
Bij te weinig training zal het effect van de supercompensatie na bepaalde tijd weer wegebben en wordt ook de
beoogde prestatieverbetering niet bereikt.
Om nu het optimale effect en rendement te hebben van deze biologische wetmatigheid, en zodoende de gewenste prestatieverbetering te bereiken, werkt men aan de hand van een trainingsplan om zodoende niets aan het toeval over te laten.
Macro-cycli
Een trainingsplan beslaat in de regel een jaar (zie afbeelding 1). En wordt verdeeld in 3 grote perioden van een aantal weken tot enige maanden: de zogenaamde macro-cycli.
A) De eerste periode is de z.g Voorbereidingsperiode (vp), die wel onderverdeeld wordt in vp 1 en vp 2 en
soms vp 3.
In de vp 1 ligt het accent op het vergroten van de algemene basisconditie, zoals veel aandacht
voor algemene lichaamsontwikkeling en aërobe trainingsvormen, om daarop in de vp 2 de meer specifieke
conditie op te kunnen bouwen.
In vp 1 neemt vooral de omvang toe en in vp 2 ligt het accent meer op
intensiteit, waarbij de belasting in omvang weer afneemt. De duur van de vp 1 bedraagt tussen de 2
en 4 maanden en die van de vp 2 tussen de 6 weken en 3 maanden.
B) De tweede periode is de Wedstrijdperiode (wp). Deze duurt zolang als het wedstrijdseizoen duurt.
In de wp wordt door zeer specifieke wedstrijdgerichte training de basisconditie, opgebouwd in de vp,
in resultaten omgezet.
Aangezien de topvorm slechts 3 tot 8 weken volgehouden kan worden , maar het wedstrijdseizoen soms
enige maanden duurt ,last men vaak een soort korte dip in met als doel de accu weer op te laden.
De intensiteit wordt iets teruggenomen ten gunste van de omvang om zo~ doende weer conditie op te
doen en het zenuwstelsel in staat te stellen de intensiteit van de wedstrijdbelasting aan te kunnen.
C) De derde periode is de z.g. Overgangsperiode (o.p.). Na een zwaar seizoen, waarbij lang getraind
wordt op de grens van psychische en fysieke belastbaarheid, is het noodzakelijk ter voorkoming van
overtraindheid en blessures een periode in te lassen waarbij weer nieuwe reserves opgebouwd kunnen
worden voor een volgend jaar. In de o.p. wordt rustig getraind, waarbij naast algemene arbeid soms
andere sporten bedreven worden ter ontspanning.
In de o.p. valt de trainingsarbeid terug tot een basisniveau. De duur van de o.p. bedraagt 4 tot 6 weken.
Micro-cycli
De macro-cycli worden op hun beurt weer onderverdeeld in de z.g. micro-cycli. Dat zijn
korte cycli van 1 tot 3 weken waarin diverse trainingen met bepaalde trainingsmethoden en de daarbij
behorende rustdagen, de meest concrete bouwstenen van het trainingsplan vormen.
In de micro-cyclus
vindt de afstemming van de afzonderlijke trainingen plaats met betrekking tot belasting en herstel
(supercompensatie). De directe sturing van het trainingsproces door de trainer vindt dan ook hier plaats.
Binnen het trainingsproces is de afzonderlijke training de kleinste eenheid.
In ieder grote periode
(zoals vp en wp) zijn verschillende typen micro-cycli toepasbaar afhankelijk van het doel van die
periode en de feitelijke ontwikkeling van het prestatieniveau van de loper.
Dubbelperiodisering
In de praktijk van de atletiek wordt vaak de dubbelperiodisering toegepast. In
de wegatletiek om ons hiertoe te beperken - zijn er in feite twee perioden waarin de grote wedstrijden
plaatsvinden, namelijk in het najaar (de maanden september en oktober) en in het voorjaar (de maanden
maart, april, mei).
Binnen de jaarplanning wordt in dat geval met 'twee pieken' gewerkt, waarop de vp's zijn
afgestemd. Zij beslaan dan kortere perioden (zie afbeelding 2).Uit bovenstaande moge blijken, dat planning van de training een voorwaarde is voor de loper om de optimale
prestatie, waarop deze hoopt, op het juiste tijdstip ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. .
