Marathontraining met Mon Van Ranst

Bron : Tempo Runner

Mon van Ranst is één van de schaarse atletiek-monumenten die ons land rijk is. De 60-jarige Bornemnaar loopt nu al sedert 45 jaar op topniveau. Daarenboven stelt Mon al jaren zijn ervaring ten dienste van jongere atleten. Zo was de gewezen Beerschot-kampioen één van de oprichters van Sparta Bornem.
Na een meningsverschil met de huidige leiding besloot hij een onderafdeling van Volharding Beveren boven de doopvont te houden : Atletiek Volharding Bornem.
Met Mon spraken we over marathon-training. De visie van een selfmademan, die in heel zijn carrière al meer dan duizend wedstrijden liep.

"Toen ik op vijftienjarige leeftijd met atletiek begon, stond het veldlopen centraal. Mijn eerste cross liep ik in Willebroek. Onervaren als ik was, probeerde ik met de eersten mee te gaan. Maar knapen als Van Doorselaer en de gebroeders Vandendriessche waren op dat ogenblik een paar maten te groot voor mij.
Na twee ronden staakte ik uitgeblust de wedstrijd. Na afloop kwam iemand me feliciteren voor mijn strijdlustige aanpak. Je kan het nog ver brengen, luidde het. Twee weken later stond ik al op het hoogste podium. Van dan af liep ik steevast in de eerste vijf. Als scholier liep ik op een assepiste de kilometer in 2'38". Na mijn legerdienst in Kassel, bleef ik het verder op de sintelbaan zoeken. Mijn besttijden waren 1'52"7 (800 meter) en 3'52"8 (1500 meter). Toen ik 28 was, zei ik de piste vaarwel. Wie als prof leeft kan natuurlijk scherpere tijden lopen. Mannen als Allonsius, Clerckx en Roelants werkten bij de rijkswacht of de gerechtelijke politie en konden tweemaal daags trainen. Faciliteiten kende ik op dat gebied niet. In die tijd restaureerde ik kunstmeubelen. Maar de bloeiende zaak ging door de schuld van de nieuwe eigenaar over kop, zodat ik uiteindelijk op de Boelwerf terecht kwam. In Temse zorgde ik jarenlang voor de binnenhuis-inrichting van de schepen."