Meer snelheid door intervaltraining

.

(herwerkt uit Runners World)

Door middel van snelheidstrainingen kan u uw snelheid geleidelijk aan verhogen.
Daarbij gaan we uit van uw tijd die u loopt op de 10 kilometer, die meestal als basis gebruikt wordt voor berekening van looptijden op andere afstanden.:
De meest gebruikte training is de lange duurloop, zeker bij marathonlopers. Daarbij loopt men aan een zelfde tempo over een gehele afstand. Maar zij die vooruitgang willen boeken op de korte afstand, moeten zeker snelheidstrainingen inlassen in hun trainingsplan.
Deze snelheidstrainingen, die men intervaltrainingen noemt, zijn de lastigste van alle trainingen : men moet zelf zijn fysieke grenzen aftasten, inschatten en zelfs overschrijden. Dit kan in groep of individueel gebeuren. Vooral uw eigen karakter en mentale weerbaarheid wordt daarbij op de proef gesteld.
Toch zullen deze zware trainingen over diverse afstanden op langere termijn de moeite waard zijn : uw wedstrijdprestaties zullen drastisch verbeteren, uw conditie wordt aangescherpt en het zelfvertrouwen wordt aangesterkt.
Intervaltraining is niet voor beginners die pas gestart zijn met lopen. Zij moeten eerst wennen aan het lopen, tot zij 30 tot 40 minuten aan één stuk kunnen lopen en 3 tot 4 trainingen per week kunnen afwerken. Pas dan kan men aan interval beginnen. Anders zal men snel kwetsuren oplopen aan pezen en gewrichten.
Voor de eerste maal gestart met intervaltraining ? Begin dan alvast met een FARTLEK (vaartspel). Tijdens deze training loopt men af en toe kortere stukken (enkele tientallen meters tot enkele honderden meters) in een iets sneller tempo dan men normaal loopt tijdens een duurloop. Neem daarvoor liefst een bosachtig parkoers, over slingerende paden, zelfs heuvelachtig.
Daardoor went u aan de tempoversnellingen die immers wat meer vereisen van hart en longen.
Voelt u zich daarna geschikt voor de interval ? Volg dan één van de schema's, om niet verkeerd of nutteloos te trainen.
Begin altijd de training met een lichte jogging van 10 tot 15 minuten om de spieren op te warmen, de ademhaling en bloedsomloop sneller te laten verlopen en de gewrichten te smeren. Doe in de laatste 5 minuten enkele lichte versnellingen (NIET SPRINTEN !!) over een afstand van 20 tot 100 meter. Dit aktiveert de energiesystemen in uw lever en spieren die weldra voluit zullen moeten presteren.
Daarna doet u enkele rekoefeningen waarbij het lichaam terug tot rust komt en uw polsslag daalt.
Begin uw intervaltraining rustig met langere rustpauzes, anders loopt u zich te snel leeg en kan u de laatste afstanden niet snel genoeg lopen.
Na de intervaltraining doet u aan cooling-down : 10 tot 15 minuten rustig joggen om de afvalstoffen zoals melkzuur uit de spieren te verwijderen. Doe dit altijd, ook al heeft u geen zin ! Ongeveer 50 procent van het schadelijke melkzuur wordt daarbij immers al afgebroken en uit de spieren weggehaald. Dit laat u toe om sneller te recupereren, zodat u de dag nadien minder met stijve benen geplaagd zit.

De intervaltraining kan men het best doen op een atletiekpiste (1 ronde = 400 meter, een halve ronde = 200 meter). Meestal zijn de afstanden goed aangeduid, en bij winderig weer moet men niet steeds tegen de wind inlopen.
Anders moet u zelf een parkoers afmeten (bvb met de fiets, auto of afstappen te voet). Dat da afstand daarbij niet 100 procent exact is, maakt eigenlijk niet zoveel uit.

Belangrijk bij intervaltraining is dat men regelmatig deze trainingen doet : wekelijks 1 training is een daarbij een standaard. Bij langere tussenpauzes kan men geen vooruitgang maken, omdat de lichaamsconditie terug naar een lager niveau zakt. Verder gevorderde lopers trainen wel 2 maal per week : in het begin van de week de korte intervals (tot 800 meter) en op het einde van de week de langere intervals ( 800 meter tot 3 km).
De intervaltraining kan men ook variëren : de eerste week traint men over 400 meter, de tweede week over 800 meter en de derde week over 1500 meter (ofwel soms over de mijl = 1609 meter = 4 ronden op de piste). Dit is nog het beste systeem, omdat men met verschillende snelheden traint, wat belangrijk is voor de ontwikkeling van uw snelheid en tempo.
De trainingstijden die we hier hanteren gaan uit van uw snelste tijd over 10 kilometer. Als u die afstand nog niet gelopen heeft, moet u zelf een 10 kilometer afpassen (met auto of fiets) en bij goede weercondities eens uitlopen. Anders moet u een 10 kilometer wedstrijd opzoeken, ofwel iets regelen met een atletiekclub.
Als u dat toch niet voor mekaar krijgt, past u het volgende systeem toe bij uw intervals : neem als rustpauze dezelfde tijd die u deed over de interval. Als u dus 2 minuten deed over de intervalafstand, neemt u ook 2 minuten herstelpauze, waarna u met de volgende interval begint.

Bij de intervaltraining is het doel ofwel de pure snelheid, ofwel kracht, ofwel een combinatie van beiden (hier NORMAAL genoemd). Bij pure snelheid is de snelheid hoger, het aantal intervals kleiner en de herstelpauze langer.
Bij kracht is de snelheid ietsje lager, zijn er meer herhalingen en is de herstelpauze korter.
Bijvoorbeeld iemand die 45 minuten doet over de 10 kilometer en op 400 meter wil trainen doet :
voor snelheid : 8 x 400 meter in 1min 39sec met 3 minuten dribbelen (over de 400 meter).
voor kracht : 12 tot 15 x 400 meter in 1min 44sec met 45sec tot 60sec dribbelen over 100 meter
voor NORMAAL : 10 x 400 meter in 1min 42sec met 90sec dribbelen over 200 meter
Meestal gaat men pas op het laatste moment op snelheid trainen (de weken voor de wedstrijd). Eerst NORMAAL en kracht, daara pas op snelheid trainen.

Intervals over 400 meter

Vaak worden intervals over 400 meter gebruikt om de snelheid te verhogen voor wedstrijden over kortere afstand zoals de 5 km en de 10 km. Ze zijn geschikt om uw pure snelheid te verhogen.
Een goede 1500 meter-pisteloper zal 8 tot 10 x 400 meter afleggen in wedstrijdtempo.
Een loper voor de 10 km en marathon zal tot 25 x 400 meter afleggen met kortere rustpauzes en aan een lagere snelheid.

Gemiddelde trainingstijden voor de 400 meter voor uw snelste 10 kilometertijd (en snelste 400 meter):

--------------------------------------------------------------------------------------
                        STANDAARD                    KRACHT                  SNELHEID
--------------------------------------------------------------------------------------
     HERHALINGEN         10 x 400 m               12 tot 15 x 400 m          8 x 400 m
--------------------------------------------------------------------------------------
     RUSTPAUZE           1min30 (200 m)        45sec tot 60 sec (100 m)  3 min (400 m)
--------------------------------------------------------------------------------------
SNELSTE 10 km (400 m)                                         
--------------------------------------------------------------------------------------
35 min (1min24)            1min18                    1min20                   1min15
40 min (1min36)            1min30                    1min32                   1min27
45 min (1min48)            1min42                    1min44                   1min39
50 min (2 min)             1min54                    1min56                   1min51 
55 min (2min12)            2min06                    2min08                   2min03 
60 min (2min24)            2min18                    2min20                   2min15
65 min (2min36)            2min30                    2min32                   2min27
-------------------------------------------------------------------------------------- 
Alternatieven :

  1. Doe 8 x 400 meter en neem 3min rustpauze.Loop de eerste 200 meter van de interval in uw tempo van de 10 km-wedstrijd, en loop de volgende 200 meter 5 seconden sneller dan de eerste 200 meter.
    Als u op het eigenlijke versnellen wil trainen, loopt u de eerste 200 meter in het tempo van een 15 kilometer (= duurloop), en loopt u de volgende 200 meter 10 sec sneller dan het eerste stuk.

    --------------------------------------------------------------------------------------
                             400 meter              200 m                 200 m 
    --------------------------------------------------------------------------------------
                              normaal              5 sec sneller           10 sec sneller
    --------------------------------------------------------------------------------------
    beste 10 km (400 m)                            deel1 - deel2          deel1 - deel2
    --------------------------------------------------------------------------------------
    35   (1.24)              1.19 - 1.20           0.42 - 0.37             0.45 - 0.35      
    40   (1.36)              1.31 - 1.32           0.48 - 0.43             0.51 - 0.41
    45   (1.48)              1.43 - 1.44           0.54 - 0.49             0.57 - 0.47 
    50   (2.00)              1.55 - 1.56           1.00 - 0.55             1.03 - 0.53
    55   (2.12)              2.07 - 2.08           1.06 - 1.01             1.09 - 0.59 
    60   (2.24)              2.19 - 2.20           1.12 - 1.07             1.15 - 1.05
    65   (2.36)              2.31 - 2.32           1.18 - 1.13             1.21 - 1.11
    -------------------------------------------------------------------------------------- 
    
  2. Een andere en lastigere methode is de verkorten van de rustpauze :
    Neem eerst 3 minuten rustpauze, nadien 2.45, vervolgens 2.30,... Doe 7 tot 8 herhalingen.
  3. Een andere methode is het geleidelijk aan versnellen :
    de eerste 100 meter in het tempo van een halve marathon-wedstrijd
    de tweede 100 meter in het tempo van een 10 kilometer
    de derde 100 meter in het tempo van een 5 kilometer
    de vierde 100 meter in het tempo van een 1500 meter

    De tijden daarvoor :

    --------------------------------------------------------------------------------------   
     beste 10 km (400 m)       100 m            100 m            100 m              100 m
    --------------------------------------------------------------------------------------
    34   (1.24)               23 sec             21 sec          19 sec             1min20  
    40   (1.36)               26 sec             24 sec          22 sec             1min32
    45   (1.48)               29 sec             27 sec          25 sec             1min44
    50   (2.00)               32 sec             30 sec          28 sec             1min56
    55   (2.12)               35 sec             33 sec          31 sec             2min08
    60   (2.24)               38 sec             36 sec          34 sec             2min19
    65   (2.36)               41 sec             39 sec          37 sec             2min32
    
    -------------------------------------------------------------------------------------- 
    
Intervals over 4x 400 meter (= ongeveer de mijl = 1609 meter)

Hier wordt meer getraind op kracht dan op snelheid.
We lopen 4 ronden van 400 meter om aan onze mijl te geraken. De mijl is afkomstig van de engelsen, die een andere systeem gebruiken om hun afstanden te meten (feet, yard, mile)

-------------------------------------------------------------------------------------- 
                     NORMAAL                  KRACHT             SNELHEID
-------------------------------------------------------------------------------------- 
herhalingen          4 x 1600 m              6 x 1600 m           3 x 1600 m    
-------------------------------------------------------------------------------------- 
rustpauze          3 min (400 m )         1 min (200 m)          5 min (800 m)
-------------------------------------------------------------------------------------- 
Beste 10 km (1600m)
-------------------------------------------------------------------------------------- 
35 (5.36)              5.25                5.30 - 5.36               5.15
40 (6.24)              6.15                6.20 - 6.24               6.00
45 (7.12)              7.00                7.05 - 7.12               6.45
50 (8.00)              7.40                7.50 - 8.00               7.30
55 (8.48)              8.30                8.40 - 8.48               8.15
60 (9.36)              9.20                9.25 - 9.36               9.00
65 (10.24)             10.10               10.15 - 10.25             9.45  
-------------------------------------------------------------------------------------- 
Alternatieven :

  1. Een variant is om op de piste alleen op de rechte stukken snel te lopen en in de bochten wat trager te lopen. De tijd die u over de gehele afstand doet, moet overeenkomen met de snelheid van een 10 km wedstrijd. Het mag eventueel ook iets trager zijn.
  2. Een andere variant is om de eerste intervallen trager te beginnen en bij de laatste sneller te lopen. Start in een tempo dat lager is dan een 10 km-wedstrijd, om tegen het einde de laatste intervals af te werken in de snelheid van uw 10 km tijd.

    ------------------------------------------------------------------------------------------------   
     beste 10 km (400 m)     1ste 400 m        2de 400 m       3de 400 m     4de 400 m       Totaal  
    ------------------------------------------------------------------------------------------------
    35   (1.24)               1.26               1.25            1.23          1.20           5.34                          
    40   (1.36)               1.38               1.37            1.35          1.32           6.22                        
    45   (1.48)               1.50               1.49            1.47          1.44           7.10                      
    50   (2.00)               2.02               2.01            1.59          1.56           7.58                                  
    55   (2.12)               2.14               2.13            2.11          2.08           8.46                        
    60   (2.24)               2.26               2.25            2.22          2.20           9.33                       
    65   (2.36)               2.38               2.37            2.36          2.32          10.23                         
    --------------------------------------------------------------------------------------------------- 
    
  3. Nog een andere variant :
    - 400 m in uw 5 km tempo
    - 100 m joggen
    - 800 m in uw 10 km tempo
    - 100 m joggen
    - 200 m in uw 1500 m tempo

    --------------------------------------------------------------------------------------------------- 
    beste 10 km (400 m)   400 m snel   100 jog   800 m snel      100 m jog        200 m snel    Totaal
    ---------------------------------------------------------------------------------------------------
    35 (1.24)             1.20          0.25        2.45          0.25             0.35           5.30                                                                  
    40 (1.36)             1.30          0.30        3.05          0.30             0.40           6.15                               
    45 (1.48)             1.40          0.32        3.30          0.33             0.45           7.00                                
    50 (2.00)             1.50          0.35        4.00          0.35             0.50           7.50                                 
    55 (2.12)             2.00          0.40        4.20          0.40             0.55           8.35                                 
    60 (2.24)             2.10          0.45        4.40          0.45             1.00           9.20                                
    65 (2.36)             2.20          0.50        5.00          0.50             1.05          10.05                                 
    --------------------------------------------------------------------------------------------------- 
    
  4. Andere variant : schakel tijdens het lopen voortdurend over van 50 meter stevig joggen en 150 meter snel lopen. De tijd over de 1600 meter komt overeen met de 1600-meter tijd die overeenkomt met uw beste 10 km-tijd.
    Bvb als uw beste 10 km tijd 40 minuten is, zal uw totale tijd 4 x 1.36 minuten zijn, dus 6 min en 24 sec.
  5. Nog een variant :
    - eerste 800 meter trager dan uw 10 km-tijd
    - laatste 800 meter 10 tot 15 seconden sneller :

    --------------------------------------------------------------------------------------------------- 
    beste 10 km (800 m)   800 m    volgende 800 m      Totaal
    -----------------------------------------------------------------------------------------------
       35       (2.48)    2.50      2.35 - 2.40       5.25 - 5.30                                                                                                                    
       40       (3.12)    3.15      3.00 - 3.05       6.15 - 6.20                                                     
       45       (3.36)    3.40      3.25 - 3.30       7.05 - 7.10                                                      
       50       (4.00)    4.05      3.50 - 3.55       7.55 - 8.00                                                     
       55       (4.24)    4.25      4.10 - 4.15       8.35 - 8.40                                                                                      
       60       (4.48)    4.50      4.35 - 4.40       9.25 - 9.30                                                     
       65       (5.12)    5.15      5.00 - 5.05      10.15 - 10.20                                                      
    --------------------------------------------------------------------------------------------------- 
    
  6. Een andere variant : loop elke 400 meter als volgt : 300 meter snel en 100 m trager tempo.
Intervals met piramide-systeem

Bij het pyramide-systeem vergroot u stelselmatig de afstand die u loopt, om nadien terug te verminderen : u loopt achtereenvolgens 400-800-1200-1600-1200-800-400 meter. Hoe korter de afstand, hoe sneller men loopt. Bij een afstand van 800 meter zal uw snelheid dezelfde zijn als bij een 5 km wedstrijd. Ook de rustpauzes varieren in lengte.

--------------------------------------------------------------------------------------------------- 
Afstand           400 m       800 m      1200 m   1600 m    1200 m    800 m    400 m
---------------------------------------------------------------------------------------------------
Snelheid          1500 m        5 km       10 km    15 km      8 km    3 km    1000 m            
---------------------------------------------------------------------------------------------------
Pauze             100 m        200 m       300 m    400 m     300 m     200 m              
---------------------------------------------------------------------------------------------------
uw 10 km (400 m)
   35    (1.24)    1.12        2.40        4.12      5.40      4.06     2.30     1.10                                                    
   40    (1.36)    1.23        3.03        4.48      6.28      4.42     2.53     1.21                                                
   45    (1.48)    1.34        3.26        5.24      7.16      5.18     3.16     1.32                                                 
   50    (2.00)    1.45        3.49        6.00      8.04      5.54     3.39     1.43                                                 
   55    (2.12)    1.56        4.12        6.36      8.52      6.30     4.02     1.54                                                 
   60    (2.24)    2.07        4.35        7.12      9.40      7.06     4.25     2.05                                                 
   65    (2.36)    2.18        4.47        7.48     10.28      7.42     4.37     2.16                                                  
--------------------------------------------------------------------------------------------------- 
Zoals u in de tabel kunt merken, moet er aan het einde van de piramide iets sneller gelopen worden dan bij het begin.

alternatieven

  1. intervals over 200 meter : Deze soort interval is zeer goed in de week voor een wedstrijd. Neem als rustpauze 20 sec tot 1 minuut.
    Als je de 200 meter kan afleggen in 40 seconden, dan neem je 20 seconden pauze, zodat je om de minuut met een interval kunt beginnen.
    Als dit nog te lastig is, mag je de rustpauzes verhogen tot 2 minuten (= rustig dribbelen over 200 meter).
  2. intervals over 800 meter : Hierbij ligt de snelheid tussen de intervaltraining van een 400 meter en die van een 1000 meter.

    --------------------------------------------------------------------------------------------------- 
                               NORMAAL              OP KRACHT            OP SNELHEID 
    ---------------------------------------------------------------------------------------------------
                              6 x 800 m             8 x 800 m               4 x 800 m       
    ---------------------------------------------------------------------------------------------------
    Temp                        5 km                  10 km                  1500 m                
    ---------------------------------------------------------------------------------------------------
    Pauze                   3 min (400 m)          1 min (200 m)           5 min (600 m)  
    ---------------------------------------------------------------------------------------------------
    uw 10 km (800 m)
       35    (2.48)             2.40                   2.48                   2.30                                 
       40    (3.12)             3.05                   3.12                   2.55 
       45    (3.36)             3.25                   3.36                   3.15  
       50    (4.00)             3.50                   4.00                   3.40  
       55    (4.24)             4.15                   4.24                   4.00  
       60    (4.48)             4.35                   4.48                   4.25  
       65    (5.12)             5.00                   5.12                   4.50   
    --------------------------------------------------------------------------------------------------- 
    
  3. Een grotere afstand : U kan de interval-afstanden groter maken : 2 of 3 km. Dit is zeer goed om een tempo vol te houden. Vooral in de herfst- en wintermaanden kan u deze variant toepassen. Doe bij voorkeur deze training niet op een piste, maar buiten in bvb een bosrijke omgeving. Als tempo neemt u iets lager dan de tempo's over de 1600 meter.
  4. Testlopen : Naarmate u met intervaltraining bezig bent, kan u af en toe een testloop uitvoeren om uw vorderingen te bekijken.
    Doe dit niet te snel : geef uw lichaam eerst de nodige weken om te wennen aan de hogere belasting.
    Het beste is natuurlijk een echte wedstrijd over 5 km of 10 km.

estartit@skynet.be