Eten en drinken bij het lopen.
In een
magazine las ik dat iemand met het oog op de Marathon van Rotterdam geen frieten
met mayonalse meer zal eten. Ik vraag me af of het nu werkelijk wat uitmaakt of
iemand één keer in de week frieten eet. Hij loopt 'met frieten' nu toch ook
bijzonder goed ? Frieten zijn in feite toch niets anders als (koolhydraatrijke)
aardappelen en die zijn wel goed voor een (duur)loper. Een loper verbrandt dat
beetje frietenvet toch wel weer? Ik kan mij dan ook niet voorstellen dat je daar
nu trager door wordt. Gaarne uw mening daarover.
Tevens de vraag of het gebruik van 'gewone' suiker (een schepje of een klontje)
vlak voor en/of tijdens de wedstrijd nu goed of juist slecht is. Suiker levert
toch snel (weer) energie? Ik meen weleens gelezen te hebben dat daardoor de
bloedsuikerspiegel snel stijgt (gunstig), maar ook weer snel daalt (ongunstig).
Hoe zit dat nu
eigenlijk ?
Antwoord :
Tijdens het
lopen verbruiken we zowel vetten als koolhydraten. De brandstof
koolhydraten is een verzamelnaam voor
zetmeel en suikers. Ze komen in redelijke
hoeveelheden voor in aardappelen, rijst, pasta's,
peulvruchten, pap, pannekoeken, fruit, vruchtesappen, brood en andere
graanprodukten.
Het lichaam kan koolhydraten in lever en spieren
opslaan in de vorm van glycogeen. Deze glycogeenvoorraad is normaal gesproken
groot genoeg om 1 ,5 tot 2 uur te kunnen hardlopen. De voorraad vetten in het
lichaam is zodanig groot dat we hliervan geen extra hoeveelheden via de voeding
nodig hebben. Het eetpatroon van een hardloper dient daarom koolhydraat rijk en
vet arm te zijn.
In de maag wordt het zetmeel (als het ware kettinkjes die uit kraaltjes
bestaan) in glucose gesplitst (= een suikersoort, te vergelijken met dezelfde
kraaltjes, maar dan los) en wordt doorgegeven aan de dunne darm. Via de dunne
darm komt dit suiker in het bloed terecht. We noemen het dan bloedsuiker. Na het
gebruik van voedsel stijgt de hoeveelheid bloedsuiker Deze onmisbare brandstof
wordt door middel van het bloed naar de spiercellen getransporteerd. Het hormoon
insuline loodst dit bloedsuiker de spiercellen in. De werking van insuline is te
vergelijken met een portier. Insuline 'opent de deur' van de spiercel, waardoor
glucose uit het bloed naar binnen kan. In de spiercellen wordt glucose verbrand.
Hierbij komt energie vrij, waarmee we bijvoorbeeld kunnen hardlopen.
Het is belangrijk dat er een goed evenwicht bestaat
tussen aan de ene kant de aanvoer van bloedsuiker via de voeding naar het bloed
toe, en aan de andere kant de afvoer van bloedsuiker uit het bloed naar de
spieren:
Een normale
bloedsuikerwaarde schommelt tussen de 4 en 8 mmol per liter bloed. Als u de (koolhydraat-bevattende)
maaltijden regelmatig over de dag verdeelt en uw dagelijkse voeding niet extreem
veel suiker bevat, dan zal uw bloedsuikergehalte binnen redelijke marges
blijven.
Er is echter een situatie die bij hardlopers nog weleens voorkomt en waarbij het
bloedsuikergehalte vlak voor een wedstrijd of training uiteindelijk te laag kan
worden. Een te laag bloedsuikergehalte noemt men
hypoglycemie.
Het kan veroorzaakt worden door opname van een te hoge suikerconcentratie een
aantal minuten voor een wedstrijd of training. Meestal gebeurt dit in de vorm
van suikerrijke sportdranken, suikerklontjes of druivesuikertabletjes.
Waarschijnlijk gaat men ervan uit dat op deze manier de
koolhydraat-energietank van het lichaam nog even bijgevuld wordt. Helaas heeft
dit juist het tegenoverdgestelde effect.
Als u in rust suiker nuttigt, gaat de alvleesklier
insuline produceren. Bij gebruik van snel opneembare suikers komt er plotseling
veel suiker in het bloed terecht. Om te voorkomen dat het bloedsuikergehalte te
hoog wordt, reageert het lichaam met de produktie van een extra hoeveelheid
(teveel in dit geval)insuline. Hierdoor wordt de bloedglucose extra snel in de
spieren opgenomen. Als na het startschot het insulinegehalte in het bloed
verhoogd is, wordt dit suiker extra snel door de spiercel uit het bloed
opgenomen. Dit is een gevolg van inspanning en een verhoogd insulinegehalte in
het bloed tegelijkertijd. Het bloedsuikergehalte gaat hierdoor extra snel dalen
en wordt lager dan gewenst.
Hersenen en zenuwcellen die geheel afhankelijk van het bloed suiker zijn, kunnen
een energietekort krijgen. Het gevolg is dat er na 5 ... 10 minuten in een
wedstrijd of training een gevoel van krachtverlies en duizeligheid kan ontstaan.
Bovendien neemt het coördinatievermogen af en ziet men 'zwart voor de ogen'.
Neemt men de genoemde suikerrijke produkten enkele seconden voor of vlak
na het startschot dan zal het bloedsuikergehalte niet snel dalen. Dit komt
doordat het lichaam tijdens de inspanning veel minder insuline produceert.
Een nadeel van het nuttigen van sterke suikerconcentraties tijdens het
hardlopen, is de grotere kans op maag- en/of darmklachten. Sterke
suikerconcentraties verlaten na de start traag de maag en de kans op maag-/darmklachten
is bij hardlopen groter dan bij duursporten als fietsen, roeien of schaatsen.
Hoogstwaarschijnlijk heeft dit te maken met de schokbewegingen van het lichaam
tijdens het lopen.
Gebruik tot 2 uur voor de training of wedstrijd géén snel opneembare suikers in de vorm van koolhydraat rijke (sport)dranken, suikerklontjes of druivesuikertabletten. Als uw eetpatroon koolhydraat rijk is, is er normaal gesproken genoeg glycogeen in uw lever en spieren voorradig.
Wij kregen
een paar vragen binnen over 'wat er nu zoal gegeten kan/moet worden op de dag
van de marathon. Daar de vragenstellers allen van plan waren de Rotterdam
Marathon te gaan lopen, richten we ons met het geven van het antwoord daarop.
Met de start om 13.00 uur in het
achterhoofd, zou u de laatste uren voor de wedstrijd op voedingsgebied het
volgende kunnen doen: