Drinken
vereist creativiteit.
(bron : Runners World)
Onvoldoende drinken kan voor hardlopers een enorm beperkende factor zijn. Om dit
verlies onderweg te beperken, wordt door de hoge intensiteit en de schokbeweging
handigheid en creativiteit vereist.
Tijdens het lopen wordt het maag-darmstelsel veel minder goed verwerkt dan
normaal. Het kiezen van de juiste drank is daarom van groot belang, terwijl eten
helemaal niet kan. De juiste drankkeuze hangt af van de behoefte van het
lichaam. Verder gaat het om de snelheid waarmee de drank (klachtenvrij) ter
beschikking komt, en in hoeverre prestatievermogen en herstel worden beïnvloed.
Tijdens het lopen kan een tekort ontstaan van vocht en van koolhydraten
(energiebron). Bij een tekort aan vocht neemt u een dorstlesser, heeft u
behoefte aan koolhydraten, dan kunt u beter een energiedrank nemen.
Isotone sportdranken, met een suikerconcentratie die overeenkomt met die
van het bloedplasma (6 tot 8 procent), zijn als dorstlesser bedoeld. U kunt ze
samen met water of thee, te allen tijde gebruiken.
Tijdens de inspanning is uw maag in staat per uur een liter van dit vocht aan
het bloed af te geven. Isotone dranken leveren, in tegenstelling tot water en
thee zonder suiker, ook nog brandstof (koolhydraten).
Het in isotone dranken aanwezige mineraal natrium (zout) vormt bovendien
met glucose (koolhydraat) een koppel dat het vocht versneld door de
darmwand heen trekt. Vochtaanvulling vindt dus sneller plaats dan bij het
drinken van water alleen. Deze dranken vallen tijdens de inspanning niet bij
iedereen goed. Probeer ze dus ruim voor een wedstrijd uit.
Hypertone dranken, met een suikerconcentratie die hoger is dan die van
het bloedplasma (vruchtensappen en andere zoete dranken), leveren de
loper energie in de vorm van koolhydraten (suikers). Vooral in de eerste uren
na de inspanning zorgen ze voor een snelle aanvulling van de geslonken
voorraden.
Vlak voor en tijdens de inspanning zijn deze dranken echter af te raden, want ze
bivakkeren te lang in de maag. Hierdoor stagneert de vochttoevoer vanuit uw maag
naar de rest van het lichaam. Bij de opname van sterke suikerconcentraties kan
het lichaam gaan protesteren met maag-darmklachten (oprispingen, misselijkheid,
steken in de zij, braken en maagkrampen). Veel lopers denken kort voor de
inspanning extra energie te kunnen opnemen via sterk gesuikerde dranken, maar
juist het tegenovergestelde kan gebeuren.
Bij het voorkomen van vochtverlies zijn 3 tijdstippen te onderscheiden : voor,
tijdens en na het hardlopen.
Drink de laatste dagen voor een zware inspanning meer dan normaal. Doe dit in vele kleine hoeveelheden (0,2 liter in plaats van 0,5 liter), verspreid over de hele dag. Het lichaam neemt het vocht dan beter op, zodat een grotere vochtvoorraad ontstaat. De behoefte aan vocht is in deze fase ook groter, omdat bij het stapelen van koolhydraten water nodig is, dit vocht komt tijdens het lopen weer vrij. Drink vooraf voldoende, maar overdrijf het niet. Het lichaam heeft een verzadigingspunt bereikt als u langere tijd frequent moet urineren en als de urine licht van kleur is. Te veel en te kort voor aanvang drinken (binnen een uur), vergroot de kans op het moeten urineren tijdens de inspanning. Urineer indien mogelijk 5 tot 15 minuten vooraf nog een keer. Bij een volledig lege blaas kunt u vlak voor de start nog 0,3 tot 0,6 liter water, thee of dorstlesser innemen. Probeer het wel eerst tijdens de training uit om te voorkomen dat u tijdens de wedstrijd moet urineren. Overgiet u zelf voor de start met wat water, zodat het vochtverlies via transpiratie enigzins wordt beperkt.
Niet iedereen is gewend om tijdens het hardlopen te drinken. Neem daarom het drinken in het trainingsprogramma op. Veelvuldig kleine hoeveelheden drinken kan zorgen voor een redelijk vochtopname zonder dat u hiervan last krijgt. Houdt altijd rekening met de omstandigheden die het vochtverlies beïnvloeden (zie vorige Runner's World). Zich oefenen in niet- of weinig drinken schaadt de gezondheid. Bovendien zal het lichaam nooit wennen aan een vochttekort. Er is een groot aantal mogelijkheden om onderweg te drinken:
Uitdroging
kunt u op 2 manieren beperken : door inwendige (drinken) en uitwendige
verzorging (bvb sponzen). Tips voor het drinken onderweg :
- drink tijdens een marathon vooral in het begin voldoende. Later is de
kans groter dat u als gevolg van vermoeidheid de drank niet meer verdraagt.
- als u per kwartier 0,15 liter drinkt beperkt u het vochtverlies
aanzienlijk
- experimenteer tijdens een belangrijke wedstrijd niet met een nieuwe drank
- kies dranken die u lekker vindt, want anders neemt u er waarschijnlijk minder
van. Bovendien is de kans op het niet kunnen verdragen (maag-darmklachten)
groter.
- het is niet makkelijk om lopende uit een beker te drinken. Een groot deel valt
eruit of klotst op uw gezicht. Verlaag daarom het tempo, houdt rekening met
achterkomende lopers, knijp de beker samen. Drinken uit een flesje gaat
gemakkelijker.
- laat u extra drinken tijdens de wedstrijd aanreiken door vrienden langs het
parkoers
- bent u bang om tijd te verliezen ? Met goed en voldoende drinken wint u de
verloren tijd ruimschoots terug.
U kunt ook
zorgen voor verkoeling via de huid :
- kleedt u niet te koud of te warm
- knijp sponzen uit in uw nek, liezen, mond, handen, polsen en op het hoofd. Het
lichaam koelt zo het beste af omdat hier de grote bloedvaten lopen.
- Dek bij warmte met zon uw nek af (bvb door een pet om te draaien)
Drinken na de
inspanning is vooral noodzakelijk om het verloren vocht weer aan te vullen en
het herstel te bevorderen. Grotere hoeveelheden vocht worden vooral kort na
de prestatie beter opgenomen. Op tijd voldoende drinken kan een moe en loom
gevoel verhelpen of voorkomen. Nadat het vochtverlies gecompenseerd is, drinkt u
het vocht weer in kleine hoeveelheden. Het lichaam is dan beter in staat het
vocht vast te houden. Na een korte wedstrijd in de winter heeft u meer aan een
energiedrank. Het vochtverlies is dan veel geringer. Een lange duurtraining in
de zomer vraagt om echte dorstlessers.
Om aan de weet te komen hoeveel u na afloop moet drinken om het verlies te
compenseren, kunt u tenslotte de volgende testjes doen :
- weeg uzelf wonder kleding zo kort mogelijk voor de wedstrijd. Doe hetzelfde zo
kort mogelijk nadien. Eet of drink tussen de eerste en tweede keer niet en ga
niet naar het toilet. Het verschil in gewicht is voor het grootste deel toe te
schrijven aan vochtverlies.
- een minder nauwkeurige methode is het bekijken van de urinekleur. Meestal is
deze na een inspanning, als gevolg van de hoge concentratie afvalstoffen, oranje
of donkergeel. De nieren hebben op dat moment weinig spoelwater ter beschikking
om de afvalstoffen te lozen. Als u weer langere tijd en meerdere keren heldere
urine produceert, heeft u voldoende vocht opgenomen.