Bron : Tempo Runner
Om een marathon zonder kleerscheuren te lopen, is het noodzakelijk dat je goed voorbereid aan de start komt en dat je van bij het begin van de training rekening houdt met je ambities. Hierna volgen dan ook schema's die gemakkelijk kunnen aangepast worden aan die ambities en die nog jarenlang bruikbaar kunnen zijn.
Specifieke trainingsonderdelen :
De basis voor alle specifieke trainingen. Een juiste omschrijving zal misschien misverstanden vermijden :
Deze benaming dekt het type van training dat geschikt is om de specifieke kwaliteiten van de marathonloper te ontwikkelen. Elke training begint met een goede opwarming. Verwerk in die opwarming 15 tot 20 minuten joggen, stretching en enkele versnellingen over 70 tot 100 meter, af te leggen tegen een snelheid die progressief de marathonsnelheid benadert.
Noodzakelijk om de capaciteit te verhogen om hogere snelheden gedurende langere tijd vol te houden over middellange afstanden. Meer specifiek :
verbetert de capaciteit om middellange afstanden tot een goed einde te brengen.
We onderscheiden volgende specifieke trainingsmethoden :
Nog meer gedetailleerd : in de eerste fase van de voorbereiding dragen de korte afstanden (1000-2000-3000 m) ertoe bij dat de Aërobe capaciteit, die normaal heel laag is in die periode, wordt verhoogd.
In een tweede fase zal men sessies inlassen over dezelfde afstanden om de zuivere Aërobe capaciteit aan te scherpen en één sessie over langere afstand (tot 5000 m) om de weerstand aan de basis-Aërobe capaciteit om een marathon te lopen te verbeteren. De recuperatieperiodes dienen in een eerste fase heel lang te zijn en bijna wandelend of heel langzaam lopend afgewerkt te worden.
In een tweede fase zal de recuperatie bijna maximaal blijven voor de korte herhaalde inspanningen en aan een traag duurlooptempo voor de lange herhaalde inspanningen.
In de derde fase dient de recuperatie te gebeuren aan een snelheid die de snelheid van de herhaalde inspanningen benadert. Op die manier zal de training zich toespitsen op de verbetering van de Aërobe weerstand (in de eerste fase was dat op de Aërobe capaciteit).
De te lopen snelheden zijn de volgende :
Met deze tweede episode starten we de specifieke marathon voorbereiding Alvorens je een aantal trainingsschema's voor te stellen, is het belangrijk een aantal begrippen over de onderverdeling van een schema
te doorgronden :
Alvorens in het specifieke trainingskader te treden, is het nuttig een belangrijke vraag onder de loupe te
nemen : hoe functioneert het lichaam precies tijdens het lopen ? Net zoals een normale motor verbrandt het
menselijk lichaam een aantal substanties om energie te produceren
Tijdens het lopen verhoogt uiteraard de verbranding van deze substanties.
Verdeling in perioden
Om je prima te kunnen voorbereiden, moet de trainingsarbeid verdeeld worden in drie verschillende
perioden, die zich zonder te forceren richten op de ontwikkeling van de diverse kwaliteiten die een marathonloper nodig heeft. Eén periode duurt veertig dagen en bevat naast drie microcycli van intense arbeid (telkens twaalf dagen) ook nog vier
dagen van minder intense arbeid, waarbij vooral aan de recuperatie wordt gedacht.
Samenvatting :
Alvorens de specifieke marathonvoorbereiding aan te pakken, is het nodig gedurende enkele weken een
basistraining te volgen, waarbij het de bedoeling is wat atletischer te
worden, de spieren te versterken en een zekere vlotheid van stijl tijdens
het lopen te ontwikkelen. Je kan na een rustperiode nooit met een zwaar
trainingsschema starten !
Opmerkingen
Tijdens deze eerste fase is het nodig te beschikken over een stevige gezondheid om te vermijden dat je
trainingsprogramma' s aanpakt die je nog niet zou aankunnen.
Nemen we het voorbeeld van iemand wiens record 40 minuten bedraagt.
De in acht te nemen snelheden : 50 procent van de training kan gelopen worden aan de snelheid die overeenstemt met die van een trage duurloop. De andere 50 procent aan een snelheid die 10" per km trager is dan die van de middellange afstand, terwijl de laatste 2 tot 3 km dienen afgelegd te worden aan de marathonsnelheid.
Het gaat erom 30 tot 50" te lopen met ritmeveranderingen op een gevarieerd parkoers, aan snelheden afhankelijk van de paraatheid van de atleet op dat ogenblik. De duurtijd van een versnelling kan varieren tussen 30" en 1'30" bij korte fartlek of van 2 tot 4' bij een lange fartlek. De recuperatie tussen 2 ritmeveranderingen moet aan een constante snelheid worden gelopen, die van een trage duurloop. Als de fartlek een specifieke trainingssessie vervangt, is het noodzakelijk om de intensiteit van de variaties te verhogen en de snelheid van de recuperatie te verlagen.
Wanneer men traag loopt, verbrandt men eerder vetten, waardoor de reserves aangesproken worden.
Deze reserves zijn echter niet zo gauw uitgeput. Wanneer men sneller loopt. verbrandt men suikers. een
brandstof waarvan de voorraad eerder beperkt is.
De vetten vormen een arme brandstof die het toelaat om snel te lopen, terwijl de suikers, die een vrij rijke
brandstof vertegenwoordigen, toelaten om in een onderhouden tempo te lopen. Met behulp van de training
kan men het lichaam klaar maken om meer suikers of vetten te ver branden. Men kan het zelfs verplichten een mengeling van suikers en vetten te verbruiken om gedurende langere tijd met een hogere snelheid te lopen.
De suikerreserves zijn echter onvoldoende om een hele marathon te lopen. Na ongeveer anderhalf uur
zijn ze uitgeput Wanneer je alle suikers tijdens de eerste marathonhelft zou opgebruiken, blijven er alleen nog
vetten over, zodat de atleet verplicht wordt om heel traag naar de finish te lopen.
Tijdens een wedstrijd over 10 kilometer verbrand je uitsluitend suikers omdat het dan de bedoeling is heel snel te lopen. Het lichaam zal uiteraard vetten gebruiken wanneer het heel lange inspanningen moet leveren van lage intensiteit. Tijdens
inspanningen van middelmatige intensiteit zal het een mengsel van beide soorten brandstoffen gebruiken.
Herinneren we eraan dat men met behulp van de training het lichaam zal gewoon maken onmiddellijk suikers te verbruiken, of vetten of beide. Een atleet die gedurende jaren gewoon was korte of middenafstanden te lopen is een machine geworden die gewoon is bij voorkeur suikers te elimineren, zelfs wanneer zijn snelheid niet erg hoog ligt. Daarom ook zullen deze atleten een overgangsperiode moeten in acht nemen om hun mechanisme het verbruik van vetten te doen stimuleren en het verbruik van suikers te doen afnemen.
Om de zaken wat eenvoudiger voor te stellen kunnen we alles samenvatten in een schema, waarbij
we voor elk wedstrijdtype het energieverbruik aangeven.
Op die manier wordt het duidelijk dat een marathon, die met een contante snelheid gelopen wordt.
getraind moet worden met behulp van middenafstanden en lange repetitietrainingen.
Het streefdoel van deze periode bestaat erin heel veel kilometers te lopen met een matige snelheid. Deze eerste fase dient eveneens om de atleet gewoon te maken aan het vetverbruik tijdens het lopen. Dit aspect is fundamenteel. Er moet
immers vermeden worden dat je met een sterke motor opgezadeld zit die
heel veel verbruikt.
- eerste periode : grote volumes, tempo niet te hoog.
- tweede periode : hoger looptempo en vermindering van het volume.
- derde periode : grote volumes, hoger tempo
Twee weken voor de wedstrijd daarentegen is bet nodig een programma in te lassen waarbij de recuperatie (zowel
lichamelijk als geestelijk) centraal staat. Hieronder volgt het inleidend schema, dat gedurende vier weken moet
gevolgd worden.
Ciao!
-Traag: 40 tot 50 seconden trager dan de gemiddelde snelheid per kilometer, tussen4.40 en 4.50 per km dus.
- Gemiddeld: 10 tot 20 seconden trager, in dit geval tussen 4.10 en 4.20 per km.
- Lange herhalingen: 5 seconden sneller, 3.55 per km.
Gelindo Bordin