Gewoon ! Een getraind lichaam zorgt er altijd voor dat het voldoende zuurstof binnenkrijgt.
Bij een goede inademing zet de buikwand uit en beweegt hij weer terug bij de uitademing.
Bij het leveren van een fikse inspanning zult u bijna altijd alleen door de mond in- en uitademen.
De mondopening is toch altijd wel een stuk groter, dan de twee neusgaten bij elkaar! En u heeft zoveel mogelijk
zuurstof nodig. Als u toch problemen heeft met de ademhaling, blaas dan bewust krachtig door de mond uit.
Een diepe inademing volgt dan vanzelf.
Uiteraard. Maar het kan gevaarlijk zijn. U hoort de geluiden om u heen niet meer. U hoort een auto niet toeteren,
geen mensen roepen, enz. Gebruik de walkman bij voorkeur in het park of bos en niet in het drukke verkeer.
Het beste is om een walkman te gebruiken die alleen een radio bevat of alleen een cassetterecorder.
Als beide gecombineerd zijn, is de walkman vaak te zwaar en is de kwaliteit veelal ook minder.
Er bestaat een lichte radio-uitvoering met een koptelefoontje (sportuitvoering van Sony) die je met een
clip achter OP je rug aan je broeksband
bevestigt. Het loopt mogelijk plezieriger als het koptelefoontje vervangen wordt door oordopjes.
Ook bestaan er speciale walkman-houders die je om je middel draagt.
Als u een walkman koopt, moet u erop letten dat de geluidskwaliteit onder invloed van de schokken tijdens het hardlopen niet vermindert: de geluidsweergave moet stabiel blijven. Let er ook op dat u een radio koopt die voorzien is van voorkeuze-zenders.
Dan hoeft u tijdens het lopen niet nieuwe zenders op te zoeken, één druk op de knop volstaat dan.

Steken in de zij worden bijna altijd veroorzaakt door een gasophoping in de darmen.
Deze gasophoping wordt veroorzaakt doordat er bij lichamelijke inspanning een herverdeling van
de bloedvoorziening plaatsvindt van het maagdarmstelsel af naar de arbeidende spieren (benen).
Voeding kan een belangrijke factor zijn om steken in de zij te krijgen.
Veel groene groenten, met name koolsoorten, en melkprodukten kunnen extra klachten geven.
Verder is een uitgebreide warming up aan te raden. Door een heel geleidelijk opgebouwde warming up krijgt
het lichaam meer tijd de herverdeling van het bloed goed te laten plaatsvinden.
Vermindering van de loopsnelheid leidt bijna altijd tot verdwijning van de pijn,
zodat net zolang stoppen totdat de pijn weg is voor de hand ligt.
Adem diep uit en in. Ook kan het helpen om flink met de vuist op de zere plek te drukken, terwijl u stilstaat.
Begin daarna weer heel rustig met hardlopen.
Niet doen. In het lichaam zit nog een, grote, klont onverteerd voedsel.
Om die te verteren is bloed nodig. Als u nu gaat hardlopen, dan wordt het bloed van die plek weggetrokken
om behulpzaam te zijn bij het leveren van de loop-energie. U blijft dan met dat brok onverteerd
voedsel in het lichaam zitten. Dat geeft beslist lichamelijk ongemak.
Gebruik de zwaarste (en meest vette) maaltijd van de dag altijd ná de training.
Eet zo'n een tot twee uur van tevoren wat licht voedsel. Brood bijvoorbeeld. Geen vet beleg.
Stoppen en eventueel beschutting zoeken. Dan rek-oefeningen doen en daarna weer voorzichtig beginnen met lopen.
Het rekken eventueel nog een paar keer herhalen.
Het verdient natuurlijk aanbeveling te weten met wat voor rek-oefeningen u de zere spieren kunt oprekken.
Die moet u zich eigen maken.
Die kunt u tussen de veters van uw loopschoenen stoppen. Als u een sleutelbosje heeft, stop de sleutel waarmee
de autodeur geopend wordt, tussen de veters. De andere sleutels legt u in de auto.
U kunt ook bij de sportwinkel zo'n polsbandje kopen met een vakje met rits erin. Die sleutel past daarin.
Na de training zweet u nog enige tijd door. Als u nu meteen na de inspanning onder de warme douche gaat staan,
kan de lichaamstemperatuur veel te hoog worden. Duizelingen kunnen dan het gevolg zijn.
Na afloop van de inspanning moet u
zo'n kwartier uittrekken voor de cooling down: rustig wat uitlopen of wandelen met wat ontspannen
rek en strekoefeningen. De lichaamstemperatuur, die door het hardlopen verhoogd is, krijgt dan de
gelegenheid weer te dalen. De cooling down dient er dus voor om het lichaam 'af te laten koelen'.
Daarna kunt u probleemloos douchen.
Het is altijd verleidelijk om na enige tijd van inactiviteit meteen weer te proberende opgelopen
achterstand binnen de kortste keren in te lopen. Dit is vragen om ellende.
Het lichaam moet weer langzaam voorbereid worden op de te leveren inspanningen. Bovendien heeft koorts het
lichaam aardig 'gesloopt' en dient er heel voorzichtig begonnen te worden met trainen.
Voordat u met trainen begint, moet u net zoveel dagen koortsvrij zijn als dat u koorts gehad heeft.
En dan begint u met hele kleine stukjes te lopen de eerste keren.
Als het lichaam het aan kan, wordt de trainingsbelasting verder opgevoerd.
U bent dan veel eerder en veel verantwoorder weer op een acceptabel peil.
Er zijn mensen die lopen net zolang door totdat ze dodelijk vermoeid zijn.
Dat is onzinnig. Er is geen betere training dan een goede training.
Er zijn hardlopers die bij elke trap waarvoor zij komen te staan, kijken of er een roltrap is,
zulke vermoeide benen dat ze hebben. Na de cooling down en het douchen en verkleden,
moet u zich weer fit voelen. Als dat niet het geval is, dan doet u teveel en dat kan dan weer leiden tot
blessures.
Tja, als u 30 jaar bent of ouder en u begint met hardlopen, dan is het zeer zeker aan te raden om u te
laten keuren. Voor de rest is een 'periodieke' herkeuring aan te bevelen. Daarvoor kunt u
terecht bij de SMA's. Zie daarvoor het telefoonboek.
Dat komt doordat u teveel kleren aan heeft. Die worden dan doordrenkt met zweet/regenwater.
Op het einde van de training daalt de loopsnelheid ook nog eens vaak, zodat er minder lichaamswarmte
vrijkomt. Bovendien koelen die natte kleren het lichaam enorm af.
Zorg er altijd voor nooit teveel kleren aan te hebben, ook n in de winter !
Draag van die special ademende, loopkleding, die veel
minder nat wordt dan 'gewone' kleding. En die u bovendien beschermt tegen de wind.
Zeer zeker. Maar als u vaak loopt, niet elke keer.
Eén a twee keer in de week met anderen trainen is heel verfrissend en afwisselend.
Variatie in de training, ervaringen uitwisselen e.d.
Een intervaltraining in groepsverband gaat heel goed, een duurloop altijd wat moeilijker, daar de een
vaak een andere loopsnelheid heel dan de ander.
Maar als u een groepje gelijkwaardigen getroffen heeft, is het prettig met z'n allen een duurloop
te doen en lekker bij te kletsen.
U kunt uw benen aan de binnenzijde invetten met (watervrije) vaseline, uierzalf of dergelijke.
Ook kunt u in loopspeciaalzaak running-tights
kopen. Deze goed om de benen heel sluitende, elastische broeken voorkomen dat de benen worden stukgelopen.
Als u regelmatig loopt, is het zeer zeker aan te bevelen om minstens twee paar verschillende modellen
loopschoenen door elkaar heen te gebruiken.
De ene keer draagt u schoen A en de volgende keer schoen B, enz. Een schoen, die nat is, heeft een behoorlijk
gedeelte van zijn schokdempende eigenschappen verloren.
Als de volgende dag op die, natte, schoenen gelopen wordt, dan krijgt uw lichaam meer klappen te verduren
dan anders. Bovendien slijt een schoen op deze manier sneller.
Verder worden de spieren en de pezen niet steeds op dezelfde manier belast als u op verschillende schoenen
hardloopt. Ook dat kan het krijgen van overbelastingsblessures voorkomen.
Als er een harde wind staat, kan dat een fikse temperatuurschommeling teweeg brengen :
met de wind in de rug is het bijvoorbeeld 5 graden
boven nul en met diezelfde wind tegen kan het ineens 5 graden onder nul zijn!
Als u het voor het uitzoeken heeft, moet u proberen om het
laatste stuk van het trainingsrondje met de wind mee te lopen.
Op het einde van de training heeft het lichaam, door de, eventueel, natte kleren en de toegenomen vermoeidheid,
het toch al moeilijk om op temperatuur te blijven.
Zeer zeker. Via het hoofd gaat veel warmte verloren. Bij koude buitentemperaturen moet u proberen
zoveel mogelijk lichaamswarmte in het lichaam te houden.
Een muts is dan heel belangrijk, handschoenen trouwens ook.
Dat kan door af en toe de gelijke afstanden tussen lantaarnpalen of wegmarkeringen in minder passen dan
gewoonlijk af te leggen. Maakt u er normaal 38, probeer het dan nu eens in 36, 34, of 32 passen.
Uw pas lengte zal zich vergroten, uw snelheid stijgen. Ook kunt u gedurende een bepaalde tijd minutenloopjes
maken, bijvoorbeeld 1 minuut wat sneller, 1 minuut gewoon, enz. of 2 minuten wat sneller,
1 minuut gewoon of 3 minuten sneller, 2 minuten gewoon, enz.
Als u een stopwatch heeft met een count-down, kunt u op het piepsignaal versnellen en afremmen.
Ook kunt u na afloop van uw duurlooptrainingen een drietal versnellingsloopjes over 100 meter maken :
elke 20 meter versnelt u iets, van heel langzaam tot vlot (niet sprinten), terug wandelen of langzaam lopen.
Zeker, u kunt altijd een ronde lopen waarvan u zeker weet dat u ruim vóór de voorgeschreven tijd weer terug bent.
Vervolgens maakt u de tijd vol met kleine rondjes in de buurt van het beginpunt of met een heen- en weertje :
als u nog 10 minuten te lopen heeft draait u na 5 minuten om.
Of u keert ongeveer halverwege uw duurlooptraining om en loopt dezelfde weg terug.
Ga niet, zoals wel gebeurt, ineens véél harder of langzamer lopen omdat de voorgeschreven tijd
anders overschreden dan wel niet gehaald zou worden !
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat er zonder gevaar voor moeder of baby rustig doorgetraind kan
worden. mits de zwangerschap zich normaal ontwikkelt. Natuurlijk zal bij het vorderen van de zwangerschap
de sportbeoefening enigszins aangepast moeten worden.
De buik gaat in de weg zitten, terwijl de borsten vaak te zwaar en te gevoelig worden.
Doordat in de loop van de zwangerschap het lichaamsgewicht toeneemt, terwijl de gewrichtsbanden juist
soepeler worden, neemt de kans op (overbelastings) blessures toe.
Vaak geven sportende vrouwen er de voorkeur aan om in de laatste maanden van de zwangerschap te gaan zwemmen,
te fietsen of te wandelen. Na de bevalling blijkt vaak dat de vrouw de eerste maanden te
vermoeid is om weer te gaan sporten. Bovendien zijn de borsten vaak te gevoelig om daarmee hard te lopen,
zeker als er borstvoeding gegeven wordt (hoewel een goede sport-bh soms uitkomst kan geven,
er zijn tegenwoordig sportbh's in vele soorten en maten verkrijgbaar).
Het beste is dan ook om de algemene conditie aan de hand van de ernst van de vermoeidheidsklachten
weer op te bouwen door het liefst drie keer in de week te
Transpireren is met name van belang om de warmte-regulatie van het lichaam goed te regelen.
De lichaamstemperatuur mag niet te hoog worden. Door de verdamping van (zweet)water,
koelt het lichaam af. De mate van transpireren is erfelijk bepaald, maar kan wel degelijk getraind worden,
bijvoorbeeld door regelmatige lichamelijke inspanning
of door saunabezoek. 'Te weinig' transpireren kan veroorzaakt worden door onvoldoende getraindheid van de
zweetklieren, door erfelijke aanleg of door te weinig drinken.
Niet sportende mensen dienen dagelijks 1,5 liter te drinken, bij sportbeoefening wordt dat al snel
1-2 liter meer. Als er echt te weinig getranspireerd wordt, uit zich dat in warmtestuwing
(verhoogde lichaamstemperatuur, hoofdpijn, kramp, verminderd prestatievermogen, misselijkheid, gebraak,
sufheid, etc.).
Als u aan uw training begint met de wetenschap dat u bijvoorbeeld nog 2,5 uur moet lopen,
dan kan dat een geestelijke barriere vormen.
Om de lange duurlooptraining in het 'hoofd' te krijgen, moet u de training in blokken verdelen,
waardoor u geestelijk kunt wennen aan de langere tijdsduur van de training. Bijvoorbeeld : x keer
8 minuten looppas en 2 minuten actieve pauze, of x keer 17:3, of x keer 26:4. Als u begint met
lopen, kijkt u niet meer tegen 2,5 uur inspanning aan, maar slechts tegen, bijvoorbeeld, 17 minuten.
Er zullen veel lopers zijn die de wandel pauzes flauwe kul vinden -'ik ben
geen beginner' -maar in de praktijk is gebleken dat deze vorm van training uitstekende
resultaten oplevert en het lichaam adequaat wordt voorbereid op het lopen van een halve of hele marathon.
U bouwt deze 'tijdsduurtraining' geleidelijk uit tot de gewenste tijdsduur (want de lange
duurlooptraining moet u ook in het 'lijf krijgen). Als u die bereikt heeft, kunt u de wandelpauzes
inkorten en op den duur zelfs laten vervallen.
Als u de gewenste tijdsduur te pakken heeft, dan kunt u de lange duurloop ook in meerdere
blokken verdelen (2 of 3), maar dan zonder
pauze. Bijvoorbeeld : de eerste ronde loopt u in 47 minuten, de tweede, zelfde, ronde in 45 minuten en de
derde, zelfde, ronde in 43 minuten, of andersom (of 77 en 73 minuten, e.d.). Hiermee wordt de lange
duurlooptraining dus ook in blokken verdeeld, waardoor het karwei geestelijk beter plat te krijgen is.
En als het koppie o.k. is, dan volgt het getrainde lichaam als vanzelf. .