Oefening 34

- Stand, beide benen gebogen.
- Achterste been gestrekt houden. Een voetlengte tussen beide voeten, beide hielen in contact met de grond.
- Voorwaarts neigen met het lichaam.
- Naarmate men het bekken voorwaarts beweegt bekomt men meer rek in de kuitspier van het achterste been. (Achterste knie gaat omlaag).

Rek : dieper gelegen kuitspier (soleus)