 |
-
Stand, beide benen gebogen.
- Achterste been gestrekt houden. Een voetlengte tussen beide voeten, beide
hielen in contact met de grond.
- Voorwaarts neigen met het lichaam.
- Naarmate men het bekken voorwaarts beweegt bekomt men meer rek in de
kuitspier van het achterste been. (Achterste knie gaat omlaag).
Rek : dieper gelegen kuitspier (soleus) |