Oefening 33

- Stand, het voorste been gebogen.
- Een voetlengte tussen beide voeten, beide hielen in contact met de grond.
- Voorwaarts neigen met het lichaam.
- Naarmate men het bekken voorwaarts beweegt bekomt men meer rek in de kuitspier van het achterste been.

Rek : oppervlakkig gelegen kuitspieren (gastrocnemius) + knieholte